MET BETREKKING TOT

Het Godecharle Fonds

Het Godecharle Fonds bestaat méér dan 150 jaar. Het werd opgericht op 15 maart 1871 door Napoléon Godecharle, die ter nagedachtenis aan zijn vader, de beeldhouwer Gilles-Lambert Godecharle, de vorming en de carrière van jonge Belgische beeldhouwers, kunstschilders en architecten wou ondersteunen.



 

Daartoe wordt door het Godecharle Fonds de Wedstrijd georganiseerd. Het belang ervan wordt bepaald door de kwaliteit van de laureaten, waarvan sommigen een internationale faam hebben verworven. Het volstaat om de eerste laureaat van de architectuurwedstrijd te vermelden: Victor Horta.

Foto: Godecharle Laureaat 2015 - Beeldhouwkunst - Ronja SCHLICKMANN

2015Sculpture_Ronja_SCHLICKMANN.png
2009Peinture_Anna-Majia_RISSANEN.png

De Godecharle Wedstrijd

De Godecharle Wedstrijd vond voor het eerst plaats in 1881.

Hij werd eerst om de drie jaar georganiseerd bij gelegenheid van de Salons voor Schone Kunsten van Brussel. Geschorst gedurende de eerste Wereldoorlog hernam hij in 1921. Sedert 1933 vindt hij om de twee jaar plaats.

De laureaten bekomen een beurs van 5.000 euro voor een termijn van twee jaar. Per jaar ontvangen ze de helft van dit bedrag. Overeenkomstig de wil van de oprichter moeten zij deze som besteden aan buitenlandse studiereizen en studiewerk.

Foto: Godecharle Laureaat 2009 - Schilderkunst - Anna-Majia RISSANEN

EEN BEETJE
UIT DE GESCHIEDENIS

NAPOLEON
GODECHARLE

Napoléon Godecharle, stichter van de beurzen, door het publiek gewoonlijk “Godecharle-Prijs” genoemd werd geboren in Brussel op 18 april 1803. Hij leidde er een zeer bescheiden leven, genietend van de vriendschap met zijn vrienden: kunstenaars, advocaten en magistraten.

In zijn geboortestad oefende hij geruime tijd het ambt van pleitbezorger uit. Door sober te leven en door handig zijn inkomsten te beleggen, vergaarde Godecharle beetje bij beetje een aanzienlijk fortuin. Ter nagedachtenis aan zijn vader en aan de moeilijkheden die deze ondervonden had bij het ontluiken van zijn artistieke roeping, besloot hij dit fortuin te besteden aan jonge, bijzonder verdienstelijke Belgische kunstenaars. Hij wilde dat door het toekennen van beurzen deze jonge kunstenaars de mogelijkheid zouden hebben “hun artistieke opleiding te vervolmaken” door te reizen en buitenlandse contacten te onderhouden met personen die de ontwikkeling van hun artistieke persoonlijkheid kunnen stimuleren. Hij hoopte dat dank zij het fonds, dat sindsdien zijn naam draagt, de kunstenaars die tot laureaat worden uitgeroepen, tot de artistieke faam van België zouden bijdragen.

Napoléon Godecharle, een rustige en edelmoedige mens, overleed op 17 april 1875, in zijn huis in Brussel op het Martelarenplein nummer 14. Op dit plein staat het standbeeld dat België uitbeeldt en de vier grote dagen van de Belgische revolutie herinnert. Hij werd begraven in Sint-Jans-Molenbeek, volgens zijn wil “dicht bij zijn ouders”, Gilles-Lambert Godecharle en Jeanne-Catherine Offuys, “discreet en in beperkte kring”.

De Commissie heeft in 1971 de honderdste verjaardag van het testament van Napoléon Godecharle en, in 1981, het honderdjarig bestaan van de wedstrijd Godecharle gevierd. Zij deed dit door het uitgeven van twee publicaties, gewijd aan het Fonds en haar laureaten.

1803 - 1875 (→ beeld van de Martelaren plein in 1830)

Napoleon_Godecharle.png

GILLES-LAMBERT
GODECHARLE

Napoleon Godecharle, door G. Rolin-Jaequemyns, minister voor Binnenlandse Zaken, in een “Rapport aan de Koning” van 13 november 1878, gekwalificeerd als “weldoener van onze nationale school”, was, in zijn edelmoedige beslissing evenals in de verplichting die hij oplegde aan de toekomstige laureaten Godecharle om hun artistieke opleiding in het buitenland te vervolmaken, duidelijk beïnvloed door de opmerkelijke loopbaan van zijn vader, die op bijna miraculeuze wijze zijn weg gevonden heeft door het overwinnen van moeilijkheden, maar vooral door de wijze waarop deze merkwaardige man op hartstochtelijke wijze door Europa heeft gereisd.

Gilles-Lambert Godecharle, die in 1750 geboren werd, behoorde tot een familie van componisten, zangers en muzikanten. In de “Biographie Nationale” (deel VII. Blz. 834) vertelt Félix Stappaerts ons hoe de jonge Gilles-Lambert Godecharle op een dag, toen hij met een blok klei aan het spelen was, plots tot de ontdekking kwam dat hij een zeer expressieve figuur had geboetseerd. Hij legt zich meteen met grote ernst op zijn werk toe en zoekt het atelier van Laurent Delvaux op, die hem aanmoedigt en hem weldra bij zijn eigen creaties betrekt. Deze speciale gunst doet de verbeelding van de leerling meteen ontvlammen, hij droomt van eer en roem. Toch begrijpt hij dat hij dit niet kan bereiken zonder vooraf meerdere meesterwerken van de beeldhouwkunst te hebben bestudeerd. Alhoewel hij arm is wanhoopt hij niet en slaagt erin een beetje geld op te sparen. Alles zal nochtans veel vlugger verlopen dan hij had durven hopen. Hij trekt de aandacht van Karel van Lotharingen, landvoogd der Oostenrijkse Nederlanden, en dank zij diens bescherming kan hij vrij en onbezorgd in Parijs en daarna in Rome verblijven. Hij heeft een vurige bewondering voor de antieke monumenten en voor de prachtige kunst van de Renaissance en wordt daarbij pijnlijk getroffen door zijn eigen middelmatigheid. Hij begint aan een nieuwe leertijd en behaalt een prijs voor beeldhouwkunst die hem beroemd maakt. Koning Frederik II nodigt hem uit in Potsdam waar hij het park met talrijke beelden verfraait. Na een bezoek aan Londen keert hij naar zijn eigen land terug. Hij wordt er leraar, vervolgens directeur, aan de Brusselse Academie en creëert onder andere het fronton en de reeks “Maanden” van het Paleis van Laken en het fronton van het Paleis van de Natie, met als thema “De Rechtvaardigheid beloont de Deugdzaamheid”.

Gilles-Lambert Godecharle, wiens aandenken levendig gehouden wordt door een straatnaam te Elsene, overleed in Brussel op 24 februari 1835.

Beeldhouwer 1750 - 1835 (→ beeld van het fronton van het Paleis van de Natie)

G-L_Godecharle.png

De Commissie voor Studiebeurzenstichtingen van Brabant

Het beheer van het Godecharle Fonds wordt sinds haar oprichting verzekerd door de Commissie voor Studiebeurzenstichtingen van Brabant. Deze laatste wordt ook belast met de organisatie van de wedstrijden en zorgt ervoor de faam van de Godecharle Prijs hoog te houden.

De Commissie wenst dat de laureaten van de Godecharle Wedstrijd, evenals hun voorgangers, terecht fier mogen zijn op hun titel en dat de Prijs een aanmoediging en een steun is bij hun verdere ontplooiing.

Foto: Godecharle Laureaat 1924 - Architectuur - Antoine COURTENS - “Palais de la Folle Chanson” - Foto Jana Van der Veken

1924Architecture_Antoine_COURTENS.png