Bepalingen aangaande het toekennen van de beurzen en verplichtingen
van de laureaten aan de wedstrijd.

Art. 22

De beurzen worden toegewezen door de Commissie voor Studiebeurzenstichtingen van Brabant die daarbij kiest onder de deelnemers die haar door de jury’s werden aangewezen in de bij artt. 14 en 21 van dit reglement bepaalde verslagen. De Commissie kan weigeren een of meer beurzen toe te wijzen als zij van oordeel is dat de deelnemers niet voldoen aan alle bij artikel 1, eerste lid, van dit reglement bepaalde voorwaarden. Ingeval een of meer beurzen niet kunnen worden toegewezen bij gebrek aan kandidaten die aan de gestelde voorwaarden voldoen, worden de niet bestede inkomsten toegevoegd aan de dotatie van de stichting. Bij wijze van uitzondering kan de Commissie, overeenkomstig de wens van de stichter, die inkomsten een bestemming geven die zij “in het groter belang van de kunst” acht.

Art. 23

De laureaten zijn ertoe gehouden de hun toegekende beurzen te besteden aan studiereizen en/of studieverblijven in het buitenland. Voor hun afreis dienen zij een reisplan ter goedkeuring aan de Commissie voor te leggen. Dat plan hoort bij voorkeur opgemaakt te worden rekening houdend met de raadgevingen van de juryleden. De Commissie zal oordelen of dat plan, o.a. wat de duur betreft, strookt met de bedoelingen van de stichting. De laureaten dienen hun buitenlandse reizen en verblijven aan te tonen door overlegging van sluitende bewijsstukken. Indien een laureaat, door bijzondere omstandigheden, de verplichting om buitenslands te reizen of te verblijven niet kan komen, mag hij aan de Commissie voorstellen op een andere manier aan die verplichting te voldoen. De Commissie beoordeelt dat voorstel soeverein, met inachtneming van de wil van de stichter en van het belang van de stichting en van de betrokken laureaat. De laureaten kunnen aan de Commissie toestemming vragen om aan hun verplichtingen in een en hetzelfde jaar te voldoen. Behoudens andersluidende toestemming van de Commissie en op straffe van verlies van alle rechten op de hun toegewezen beurzen, dienen de laureaten hun verplichtingen na te komen binnen vier jaar na de kennisgeving van de uitslag van de wedstrijd.

Art. 24

Ingeval de laureaat de beurs gebruikt tijdens twee opeenvolgende jaren, worden de onderscheiden jaarbedragen als volgt uitgekeerd :
1. storting van het eerste derde na overlegging van het reisplan en na goedkeuring ervan door de Commissie ;
2. storting van het tweede derde nadat de laureaat de datum van zijn afreis heeft medegedeeld ;
3. storting van het saldo nadat de laureaat het bij art. 25 bepaalde verslag en de vereiste bewijsstukken heeft ingediend.

Ingeval de laureaat toestemming heeft gekregen om aan zijn verplichting in een en hetzelfde jaar te voldoen, wordt het bedrag voor dat jaar als volgt uitgekeerd :

1. storting van het eerste vierde nadat de laureaat zijn reisplan heeft overgelegd en de Commissie dat heeft goedgekeurd ;
2. storting van het tweede vierde nadat de laureaat de datum van zijn afreis heeft medegedeeld ;
3. storting van het derde vierde tijdens de reis nadat de laureaat een bewijs heeft geleverd van zijn verblijf in het buitenland ;
4. storting van het saldo nadat de laureaat het bij art. 25 bepaalde verslag en de vereiste bewijsstukken heeft ingediend.

Art. 25

Binnen twee maanden na het einde van iedere reis en/of verblijf in het buitenland, dient de bursaal aan de Commissie een omstandig verslag te doen toekomen van zijn reis en van de studies en onderzoekingen die hij daarbij gedaan heeft.

Art. 26
De gevallen niet voorzien in het onderhavig reglement zullen opgelost worden door de Commissie voor Studiebeurzenstichtingen van Brabant, rekening houdende met de wil van de stichter, het belang van de stichting en van de kunstenaars, mededingers of laureaten.
Opmerking

Reglement gewijzigd bij de beslissing van de Commissie voor studiebeurzenstichtingen van Brabant
dd.8 november 2011