Bijzondere bepalingen aangaande de wedstrijden beeldhouwkunst en schilderkunst

Art. 10

De stichtingsbeurzen voorbehouden aan de beeldhouwkunst en de schilderkunst hebben als bedoeling een jonge beeldhouwer en een jonge kunstschilder aan te moedingen en hen toe te laten, overeenkomstig de wens uitgedrukt door de stichter “hun artistieke kennis te vervolmaken door de grote inrichtingen in het buitenland te bezoeken”.

Art. 11

Bij hun aanvraag tot deelname, ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 van dit reglement, dienen de deelnemers te voegen: 1° een document met opgave van hun curriculum vitae; 2° een representatieve catalogus van hun kunstwerken. In hun aanvraag tot deelname moeten zij bovendien de werken aanduiden die representatief zijn voor hun recent werk en die zij beloven ter beschikking te stellen voor de tentoonstelling ingeval die door de jury's worden geselecteerd. De deelnemers aan de wedstrijd voor beeldhouwkunst dienen twee dergelijke werken aan te duiden, de deelnemers aan de wedstrijd voor schilderkunst drie.

Art. 12

De Commissie voor Studiebeurzenstichtingen van Brabant zal voor de wedstrijden beeldhouwkunst resp. schilderkunst twee jury’s samenstellen van telkens vijf leden waarvan ten minste vier zullen gekozen worden onder de kunstenaars die respectievelijk de beeldhouwkunst en de schilderkunst beoefenen. In elk van die jury’s zal de Commissie vertegenwoordigd zijn door een afgevaardigde die niet stemgerechtigd zal zijn. De jury’s kunnen slechts geldig een besluit nemen indien bij hun werkzaamheden drie van de door de Commissie aangewezen leden aanwezig zijn. In elk van de jury’s zal een door de Commissie aangewezen lid het voorzitterschap waarnemen. Die voorzitter ziet toe op de goede werking van de jury en op de naleving van dit reglement. Hij zal bij zijn taak worden bijgestaan door een secretaris die de juryleden bij het begin van hun werkzaamheden onder elkaar zullen aanwijzen. De jury’s besluiten soeverein bij gewone meerderheid van stemmen. In voorkomend geval is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

Art. 13

Aan de juryleden zal worden gevraagd aan de hand van de door de deelnemers ingediende documenten en catalogi aan elk van die deelnemers een waarderingscijfer toe te kennen. Iedere jury zal vervolgens, op grond van de samengelegde cijfers en na beraadslaging, de lijst opmaken van de deelnemers die tot de eindproef worden toegelaten. De jury’s dienen die deelnemers in kennis te stellen van de plaats, de datum en het uur waarop zij zich voor die eindproef moeten aanmelden.

Art. 14.1

De eindproef bestaat erin gedurende maximaal vijf opeenvolgende dagen en in afzondering een door de jury gekozen en voor alle deelnemers gelijk thema of onderwerp te behandelen. Deze laatsten kunnen door de jury opgeroepen worden om hun projecten en opvattingen te verdedigen. De deelnemers die tot de eindproef worden toegelaten, zullen daarvan onverwijld in kennis worden gesteld. Waar en wanneer zij die de eindproef zullen moeten afleggen, zal hun te gelegener tijd worden medegedeeld.

Op de voormelde plaats, datum en uur zullen de jury’s aan de deelnemers die tot de eindproef werden toegelaten, een te behandelen thema of onderwerp opgeven benevens alle dienstige aanwijzingen van dien en zullen zij die deelnemers verzoeken hun werken in te dienen op een door hen bepaalde plaats, datum en uur.

De deelnemers die tot de eindproef in afzondering worden toegelaten, zullen pas tot de afzonderingruimte worden toegelaten nadat zij de verbintenis hebben aangegaan van met niemand van de buitenwereld in contact te treden voor het einde van de proef.

Na de afzondering dienen de deelnemers hun werk aan de jury voor te stellen.

Zodra een definitieve selectie kan worden gemaakt, zal de voorzitter van de jury aan de juryleden de vraag stellen of er onder de kandidaten schilders resp. beeldhouwers zijn die voldoen aan de door de stichter gestelde voorwaarden, als vermeld in artikel 1. In geval van ontkennend antwoord zal dat opgenomen worden in het juryverslag. Is het antwoord integendeel bevestigend, zal ook dat worden vermeld in het verslag waarin de jury tevens een met redenen omklede rangschikking zal opnemen van de deelnemers volgens hun respectievelijke verdiensten.

Art. 14.2

Het juryverslag zal ondertekend worden door alle juryleden en onverwijld worden toegezonden aan de Commissie voor Studiebeurzenstichtingen van Brabant . Het is de juryleden verboden de uitslag van hun beraadslagingen aan derden mede te delen. Iedere jury beslist bij gewone meerderheid van stemmen. In voorkomend geval is de stem van de voorzitter doorslaggevend. De jury kan pas geldig beraadslagen indien ten minste drie van zijn leden bij zijn werkzaamheden aanwezig is.

Opmerking

Reglement gewijzigd bij de beslissing van de Commissie voor studiebeurzenstichtingen van Brabant
dd.8 november 2011